Het
verschil tussen plagen en pesten:
| Plagen |
Pesten |
| Gebeurt
onbezonnen of spontaan. |
Gebeurt
met opzet: de pestkop weet vooraf wie hij of zij zal pesten, op welke
manier en wanneer. |
| Heeft
geen kwade bijbedoelingen. |
Wil
iemand bewust kwetsen of kleineren. |
| Duurt
niet lang, gebeurt niet vaak en is onregelmatig. |
Kan
lang blijven duren, gebeurt meer dan eens, is systematisch. Houdt niet
vanzelf op na een poosje. |
| Speelt
zich af tussen "gelijken". |
De
strijd is ongelijk: de pestkop heeft altijd de bovenhand: De pestkop
voelt zich zo machtig als het slachtoffer zich machteloos voelt. |
| Is
meestal te verdragen of zelfs plezierig, maar het kan ook kwetsend of
agressief zijn. |
De
pestkop heeft geen positieve bedoelingen wil pijn doen, vernielen of
kwetsend. |
| Meestal
één tegen één. |
Meestal
een groep (pestkop, meelopers en supporters) tegenover één geïsoleerd
slachtoffer. |
| De
rollen liggen niet vast: nu eens plaagt de ene, dan de andere. |
Heeft
een vaste structuur. De
pestkoppen zijn meestal dezelfde, de slachtoffers ook. Als de
slachtoffers wegvallen, kan de pestkop wel op zoek gaan naar een ander
slachtoffer. |
| De
pijn, lichamelijk of geestelijk, is draaglijk en van korte duur. Soms
wordt ze als prettig ervaren (plagen is kusjes vragen!). |
Als
er niet op tijd wordt ingegrepen, kunnen de lichamelijk en geestelijke
gevolgen ingrijpend zijn en lang nawerken. |
| De
relaties worden na het plagen meteen hervat. |
Het
is niet makkelijk om na het pesten een evenwichtige relatie te vinden;
het herstel gaat moeilijk en traag. |
| Het
geplaagde kind blijft een volwaardig lid van de groep. |
Het
gepeste kind is geïsoleerd, voelt zich eenzaam en voelt dat het niet
meer bij de groep hoort. |
| De
groep lijdt niet onder plagerijen of vindt nadien meteen haar draai
terug. |
De
groep lijdt onder een dreigend, onveilig gevoel. Iedereen is angstig,
de kinderen vertrouwen elkaar niet meer, ze zijn niet erg open of
spontaan er zijn weinig echte vriendjes in de groep. |